De relatie met jezelf bouw je in momenten van weerstand

Gepost in 
door 
Merlin
 op 
May 29, 2026
5
 min.
“Dreams without goals are just dreams. They ultimately fuel disappointment. On the road to achieving your dreams, you must apply discipline, but more importantly, consistency. Because without commitment, you'll never start. But without consistency, you'll never finish.” Die quote van Denzel Washington bleef hangen. Niet alleen vanwege doelen stellen of überhaupt beginnen, maar omdat ik de laatste tijd steeds meer begin te voelen hoe belangrijk consistentie is en wat het uiteindelijk met je doet.

We leven in een tijd waarin bijna alles draait om resultaat. Sneller, sterker, mooier, groter, zichtbaarder en meer maakbaar. Natuurlijk is daar niets mis mee.

Ik hou ook van groeien. Meer bewust worden. Van doelen stellen. Van sterker worden, zowel fysiek als mentaal. Dat houdt mij ook bezig en dat vind ik ook belangrijk.

Maar bijna niemand praat over het moment waarop de weerstand komt.

Dat moment waarop je geen zin hebt. Waarop je moe bent. Waarop je hoofd begint te praten. Waarop je lichaam stil wil blijven staan. Waarop alles in je zegt: morgen weer.

En juist daar gebeurt iets belangrijks.

Sterker nog, ik denk dat dat moment uiteindelijk veel meer vertelt dan de training zelf.

Want op dat moment gaat het ineens niet meer over sport, niet meer over die 10 kilometer, niet meer over perfecte voeding, en misschien zelfs niet meer over het doel dat je jezelf hebt gesteld.

Het gaat ineens over iets anders.

Wat gebeurt er in mij op het moment dat weerstand actief wordt? En kan ik daarbij blijven zonder meteen in gevecht te gaan?

Ik merk steeds meer dat weerstand niet per se iets slechts is, ook niet iets dat weg moet. Misschien is weerstand simpelweg het mechanisme dat ons in het bekende probeert te houden. Want veranderen klinkt mooi, maar veranderen betekent ook onzekerheid, loslaten, een nieuwe versie van jezelf instappen en een deel van jezelf achterlaten. En dat is spannend.

Dus weerstand betekent niet altijd dat je de verkeerde kant op gaat. Soms betekent het juist dat je iets aanraakt wat belangrijk is.

Ik heb dagelijks weerstand. Nieuwe dingen vind ik vaak spannend, veranderingen ook. Maar ik merk wel dat ik er anders naar begin te kijken. Minder vanuit strijd en minder vanuit het idee dat ik mezelf voortdurend moet forceren. In plaats van harder tegen mezelf te worden, probeer ik dichterbij te blijven en eerlijker te kijken naar wat er echt gebeurt.

Het leek soms wel alsof ik een oorlog moest winnen. Alsof ik voortdurend in discussie was met mezelf. Alsof ik mezelf voortdurend moest bewijzen. En voordat ik het wist, werd het allemaal veel te groot.

Ik merk dat ik dat steeds minder doe.

Want uiteindelijk gaat het niet om vechten tegen weerstand. Het gaat erom dat je leert zien wat weerstand is. Dat je voelt welk mechanisme er aangaat en dat je daarbij kunt blijven zonder er volledig in te verdwijnen.

Misschien zit de echte groei ook niet in de momenten waarop alles vanzelf gaat. Niet in de periodes waarin je volledig “on fire” bent en motivatie overal doorheen duwt. Hoe fijn die periodes ook kunnen zijn, dat is uiteindelijk vaak het makkelijke gedeelte.

De echte uitdaging begint pas wanneer de weerstand verschijnt.

Juist dan draait het niet meer om perfectie, harder pushen of steeds meer moeten doen. Dan draait het om de vraag of je aanwezig kunt blijven en of je de afspraak met jezelf nog steeds serieus neemt, ook als het moeilijk voelt. En misschien nog wel belangrijker: of je het klein kunt houden.

Omdat ik denk dat echte verandering bijna nooit ontstaat vanuit grote, explosieve motivatie, maar vanuit kleine, geloofwaardige herhalingen.

De kracht van klein.

Een kleine afspraak met jezelf nakomen. Toch je schoenen aantrekken. Toch een wandeling maken. Toch één oefening doen. Toch aanwezig blijven. Niet 100% perfect en niet maximaal, maar wel die afspraak nakomen. Gewoon blijven staan.

En juist daarin gebeurt volgens mij iets heel belangrijks.

Zelfvertrouwen. In het woord zit het eigenlijk al: je vertrouwt jezelf.

Maar hoe kan je zelfvertrouwen opbouwen als je jezelf eigenlijk niet vertrouwt? Als je constant afspraken met jezelf maakt die je niet nakomt?

Ik ga gezonder eten. Ik ga beter voor mezelf zorgen. Ik ga meer rust nemen. Ik ga trainen. Ik ga mezelf serieus nemen.

En vervolgens laat je die afspraken weer los zodra de weerstand verschijnt.

Als je beste vriend dat constant zou doen, zou het vertrouwen langzaam verdwijnen. Vertrouwen groeit wanneer woorden en daden steeds dichter bij elkaar komen. Waarom zou dat voor jezelf anders zijn?

Ik begin me dat steeds meer te beseffen.

Uiteindelijk spenderen we de meeste tijd in dit leven met onszelf. Misschien is de relatie die we met onszelf hebben daarom ook wel één van de belangrijkste. Hoe waardevol is het dan dat die relatie eerlijk, betrouwbaar en veilig is?

En het bouwen daaraan begint al op een minuscuul klein niveau. Een klein zaadje. Een klein moment van trouw blijven aan jezelf terwijl weerstand actief is.

Hoe vaker je dat doet, hoe meer je merkt dat weerstand ook verandert. Niet omdat je geen weerstand meer voelt, maar omdat je jezelf steeds meer vertrouwt in verandering.

Je systeem leert langzaam: ik kan dit aan. Ik blijf wel staan. Ik ben er nog.

En dat verandert niet alleen je training, je lichaam of je discipline. Het verandert je hele relatie met jezelf.

Ik merk dat het voor mij uiteindelijk steeds minder over prestatie gaat en steeds meer over zelfliefde. Niet de zachte versie waarin alles altijd maar mag en niets moeilijk hoeft te zijn, maar juist een liefdevolle vorm van betrouwbaarheid.

Zoals je iets zou doen voor iemand van wie je houdt. Zoals je een vriend niet wil teleurstellen. Zoals je zorgvuldig omgaat met iemand die je vertrouwt. Zoals je iemand rust geeft omdat diegene weet: het komt goed, hij is ermee bezig.

Wat nou als je dat ook voor jezelf kan worden?

Dat je jezelf niet voortdurend voor de gek houdt door je eigen afspraken niet serieus te nemen. Dat je het vertrouwen in jezelf niet continu beschadigt, maar juist een veilige, eerlijke en betrouwbare relatie met jezelf begint op te bouwen.

Misschien is dat uiteindelijk wel discipline.

Niet hardheid, geen oorlog en niet altijd maar de lat hoger moeten leggen.

Maar aanwezig blijven. Luisteren. Voelen. En steeds opnieuw, consistent, kleine eerlijke stappen blijven zetten.

Want ik denk steeds meer dat de relatie met jezelf gebouwd wordt in momenten van weerstand.

En misschien is dat wel één van de belangrijkste spieren die we kunnen trainen.

Misschien ook interessant